Nieuws

Bart Hulsbos: ‘Ik ben als een kind zo blij dat ik weer op het veld sta’

Bart Hulsbos (35) was jarenlang een zekerheid in de verdediging van GVVV. Komende zomer trekt hij de deur echter achter zich dicht, mede door fysiek leed. ,,Maar de belangrijkste reden is dat ik meer tijd wil doorbrengen met mijn kinderen.”

Hulsbos ziet zijn kinderen enkel in het weekend, maar is dan zelf hele zaterdagen op pad met GVVV. ,,Daar hebben zij natuurlijk niet om gevraagd”, vertelt hij. ,,De spaarzame tijd die ik met ze heb, kies ik ervoor om een groot deel aan iets anders te besteden. Dat gaat op een gegeven moment wringen. Mensen vergeten weleens wat je ervoor moet doen en laten als voetballer in de Tweede Divisie. Mijn collega’s zijn momenteel bijvoorbeeld bezig met het plannen van een uitje, maar wie kan er niet mee? Dat ben ik. Dat is weleens moeilijk, al is het natuurlijk ook geen geheim dat je er iets moois voor terugkrijgt.”

Hulsbos benadrukt dat er miscommunicatie is ontstaan over zijn besluit om te stoppen. Hij houdt het voor gezien bij GVVV, maar dat betekent niet dat hij zijn schoenen definitief aan de wilgen hangt. ,,De kans bestaat dat ik ergens anders doorga. De Tweede Divisie? Nee, ga er maar vanuit dat ik niet meer op zo’n niveau ga voetballen. Dan kan ik alsnog niet meer tijd doorbrengen met mijn kinderen. Misschien dat ik op een lager niveau ga spelen en anders ga ik tennissen. Dat lijkt me ook leuk. Het belangrijkste is dat ik sowieso blijf sporten.”

Sterke romp

Hoewel zijn privésituatie dus de belangrijkste reden is om te stoppen bij de club uit Veenendaal, is Hulsbos’ fysieke gesteldheid ook doorslaggevend geweest. Vanaf de winterstop staat de verdediger namelijk aan de kant met een liesblessure. ,,Die blessure heeft ook zeker invloed gehad op mijn besluit te stoppen bij GVVV. Oktober 2016 had ik precies dezelfde blessure aan mijn rechterlies. Daar was ik negen maanden zoet mee. Het duurde zo lang, omdat ik niet precies wist wat ik moest doen. Ik heb veel specialisten gezien. Sommigen wilden opereren, maar ik heb het advies van een Duitse arts gevolgd die zei dat ik veel krachttraining moest doen. Toen is het over gegaan.”

Hulsbos was een jaar lang pijnvrij, maar afgelopen oktober, twee jaar na het begin van zijn eerdere blessure, begon het weer. Precies dezelfde pijn, maar nu aan de linkerkant. ,,Het grote verschil is dat ik dit keer wist hoe ik ermee moest omgaan. In het begin had ik er ook in het dagelijkse leven last van, bijvoorbeeld met in bed stappen of niezen. Ik heb tot december met pijnstillers gespeeld en vanaf toen ben ik teruggevallen op hetzelfde hersteltraject als twee jaar geleden. Ik zit nu zo’n vijf of zes dagen per week in de sportschool om vooral mijn romp te trainen.”

Inmiddels gaat het de goede kant op en heeft Hulsbos al een aantal keer de volledige groepstraining meegedaan bij GVVV. ,,Het gaat nog beheerst, want ik denk nog wel na bij voorheen gevoelige bewegingen. Ik zit nu op zo’n negentig procent. Het zal normaalgesproken geen weken meer duren voordat ik op honderd zit. Op een gegeven moment is het ook een mentale kwestie en als een explosieve sprint een keer goed gaat, dan is de knop zo om. Ik ben als een kind zo blij dat ik weer op het veld kan staan. Ik vind het spelletje nog steeds erg leuk om te doen.”

Loodzwaar programma

Hulsbos, die als eindverantwoordelijke werkt voor een onlinemarketingbureau, hoopt aan het einde van het seizoen nog een aantal wedstrijden mee te pikken voor GVVV, de club waar hij liefst negen seizoenen zal volmaken. ,,Of dat nu als basisspeler of invaller is, dat vind ik niet meer zo spannend. Vroeger was ik strontchagrijnig als ik niet speelde. Ik weet dat ik nog steeds belangrijk kan zijn voor het elftal, maar voor die laatste tien wedstrijden ga ik daar geen punt meer van maken.”

GVVV staat momenteel op een twaalfde plaats en heeft volgens Hulsbos nog wel een aantal punten nodig om helemaal veilig te zijn. ,,We zijn erg wisselvallig. In maart hebben we een loodzwaar programma met onder meer Katwijk, Spakenburg en AFC. Aan de andere kant kunnen we tegen dat soort ploegen iets laten zien wat men juist niet verwacht. En dan aan het einde van het seizoen is het mooi geweest. Ik hoop eerlijk gezegd niet op een groot feest, want daar doe je me geen plezier mee. Een mooie toespraak, een bos bloemen en na afloop een biertje, dan ben ik helemaal tevreden.”

Tekst: Tim Beck