Nieuws

‘Clubs in het betaald voetbal kiezen vaak voor de veilige route’

Waarschijnlijk lopen er weinig mensen in de Tweede Divisie zo veel bij profclubs rond als Adrie Poldervaart. Het trainerschap van BVV Barendrecht combineert hij met een baan als fysiotherapeut van Excelsior. Hij hoopt ooit als coach een kans te krijgen in het profvoetbal. Maar dat is, zo beseft Poldervaart, een lastig verhaal.

Zijn uw werkzaamheden lastig te combineren?
‘Nee hoor, want bij Excelsior ben ik overdag en bij de amateurclubs in de avond’, zegt hij in gesprek met ELF Voetbal. ‘Ik heb het voordeel dat ik niet verplicht ben om bij wedstrijden van Excelsior te zijn. Het is een parttime functie. Dus als ik niet bij Excelsior kan zijn, omdat ik met Barendrecht moet spelen, maakt dat niet uit.’

U komt voor uw cursus Coach Betaald Voetbal ook weleens bij FC Utrecht. Raken de belangen van uw activiteiten elkaar nooit?
‘Ik heb met Barendrecht tot tweemaal toe in de beker tegen Excelsior gespeeld. Maar niemand bij Excelsior maakte daar een probleem van. Bij FC Utrecht kom ik één keer per twee of drie weken. Dan heb ik overleg met Erik ten Hag en kijk ik naar wedstrijden van de club. Je kunt daar inderdaad heel geheimzinnig over doen, maar er valt niet veel te delen. Wel spraken we af dat ik in de week voor Utrecht – Excelsior niet bij FC Utrecht kwam. Zo krijg je geen conflict of interest.’

Waarom doet u de trainerscursus? Heeft u grotere ambities op dit gebied?
‘Ik heb zeker de ambitie om mijn manier van werken te implementeren bij een betaald voetbalorganisatie. Als mij een kans wordt aangeboden, sta ik daar zeker voor open. Maar ik ben realist genoeg om te weten dat niet alle clubs in de rij staan voor Adrie Poldervaart. Daar maakt een papiertje echt geen verschil in.’

‘Toch wil ik onderscheidend zijn en zo hopen dat er een kans komt. Ik wil me vooral verdiepen in het voetbal en meer kennis vergaren. Bovendien heb ik dan alle diploma’s die ik kan halen. Ik ben meer dan tevreden met hoe het nu gaat. Barendrecht is een prachtige club. Een soort profclub op amateurniveau. Maar je kunt jezelf blijven uitdagen en ontwikkelen of op je lauweren gaan rusten. Dat tweede past niet bij mij.’

Waarom is een BVO dan zo’n onrealistische gedachte?
‘Op het ogenblik wordt in Nederland nog heel sceptisch gekeken naar trainers zonder een achtergrond in het betaalde voetbal. Als ik bij een BVO zou werken, zouden mensen bij het geringste zeggen: “Geen ervaring. Nooit op het hoogste niveau gespeeld. Weet niet wat er speelt in de kleedkamer.” Noem maar op. Je hoort wat ze nu zeggen over Marcel Keizer, of vorig jaar bij Peter Hyballa. Daarom kiezen clubs in het betaalde voetbal vaak voor de veilige route.’

U bent het daar niet mee eens.
‘Nee. Het is gewoon stigmatiseren. Ik begrijp dat een club zijn geld maar een keer kan uitgeven en dat een grote naam misschien lekkerder klinkt voor de buitenwereld en sponsors. Maar is een volle prijzenkast of topcarrière als speler dan een absolute garantie voor succes? Dan hadden spelers met een grote naam als trainer alles moeten winnen. Waar gaat het om? Gaat het om hoe een trainer presteert, hij zijn team laat spelen en zijn spelers over hem praten? Of gaat het om wat hij als speler heeft gewonnen? Ik vind het veel waardevoller om naar het eerste te kijken.’

U klinkt als een echt voetbaldier. Gaat het in uw hoofd ooit niet over voetbal?
‘Alles wat ik op of rondom een voetbalveld zie, sla ik op. Ik praat met heel veel mensen over voetbal. Dat zijn mensen met de statuur van Ten Hag of Mitchell van der Gaag, maar ook bijvoorbeeld een trainer van een vierdeklasser. Je kunt van iedereen iets opsteken. Ik wil als trainer alles binnen mijn mogelijkheden doen om succesvol te zijn. Zoveel mogelijk wedstrijden kijken, boeken lezen, over voetbal praten, tijd erin steken…’

‘Je pikt altijd dingen op. Zo las ik iets over Josep Guardiola. Hij speelt op dit moment een soort 2-3-5 bij Manchester City, met hele hoge backs. Het lijkt alsof hij die formatie heeft bedacht, maar volgens hem bestond die al in 1880. Bij Cambridge United. Hij neemt heel veel ideeën van andere trainers over en is daar ook heel open in. Omdat hij daarmee dwingt de tegenstander wat anders te laten verzinnen. En als dat lukt, moet hij zelf weer aan de bak. Zo blijft hij zichzelf prikkelen. Ik vind dat geweldig om te zien.’

U werkt bij Excelsior met profs, bij Barendrecht met amateurs. In hoeverre zijn spelers van Barendrecht net zo gefocust op voetbal?
‘In het profvoetbal zijn er weleens spelers die niet alles uit hun mogelijkheden halen. Enorm talentvolle jongens die met iets meer investeren een gouden carrière zouden hebben, maar die het vervolgens laten lopen. Als ik dat met mijn spelers bij Barendrecht vergelijk… Dat zijn jongens die drie keer in de week trainen op een hoog niveau. Wedstrijden spelen op een hoog niveau. En daarnaast veertig uur in de week werken. Ze moeten doorlopend top presteren, in hun baan én op het veld. Wat dat betreft zijn zij ook een soort profs.’