Nieuws

Landvreugd: ‘Een kampioenschap zou dit jaar net zo verrassend zijn’

Met het kampioenschap nog vers in het geheugen begint AFC zaterdag aan het nieuwe seizoen met een thuiswedstrijd tegen GVVV. De titel van het afgelopen seizoen kwam als een verrassing; AFC zag zichzelf een jaar geleden niet als een belangrijke titelkandidaat en nu zijn de verwachtingen volgens trainer Uli Landvreugd niet heel anders.

,,Dat niemand het van tevoren had verwacht, is logisch. Dit jaar zou een kampioenschap net zo verrassend zijn”, zo begint Landvreugd (foto), die zijn ambities slechts een klein beetje heeft bijgesteld. ,,Vorig jaar was de doelstelling om het linker rijtje te halen. Die is toen tijdens het seizoen bijgesteld. Omdat we vorig jaar kampioen zijn geworden, denken we nu aan de eerste zes.”

Landvreugd is tevreden dat zijn selectie grotendeels in tact is gebleven. Bij de club verschenen deze zomer wel enkele nieuwe gezichten, al zijn de Amsterdammers kritisch in hun transferbeleid. ,,Wij trekken niet alle soorten spelers aan. Ze moeten bij de club en de clubcultuur passen. Dat is het grootste verschil tussen AFC en andere verenigingen.”

Het AFC-DNA

Gévero Markiet, Nick van der Velden, Djuric Ascension, Dailey Groenewegen en Dion Thomas voldeden aan het door hem genoemde profiel. De drie laatstgenoemden speelden al eerder voor de club. ,,We zoeken het liefst mensen met het AFC-DNA. Dit zijn jongens die hier zijn opgeleid en daarna hun sporen elders hebben verdiend. Als we spelers aantrekken, hebben dit soort jongens een streepje voor op mensen van buitenaf.”

Landvreugd kijkt terug op een naar eigen zeggen ‘redelijke’ voorbereiding. ,,We hadden veel jongens die nog blessures hadden meegenomen van vorig seizoen. Die komen nu langzaam terug. De selectie raakt fit, maar is nog niet superfit.” In de eerste wedstrijd krijgt AFC zaterdag bezoek van de nummer tien van 2018/’19: GVVV. ,,We moeten. We zijn nog niet helemaal waar we moeten zijn, maar de jongens zijn er wel klaar voor. We hebben zes weken voorbereiding gehad, dus ze hebben er heel veel zin in.”

Tekst: Lars van Mil