Nieuws

Opgeven is nóóit een optie voor Lisse-clubman Rauws

Waar clubliefde in het profvoetbal een utopie lijkt, is het bij sommige clubs in de Tweede Divisie eerder regel dan uitzondering. Lars Rauws kan erover meepraten. De verdedigende middenvelder is bezig aan zijn achtste seizoen bij FC Lisse.

Talenten ontwikkelen als amateurclub is een beetje hetzelfde als golfen op een driving range. Honderd ballen schiet je met je golfstick de lucht in, slechts een enkele wordt zo ver geschoten dat je hem niet meer terugziet. Het merendeel wordt opgehaald en tot in jaren hergebruikt.

Zo ook bij FC Lisse, waar het sportpark nota bene deels een golfbaan is. Een speler als Barry Opdam zagen ze nooit meer terug als speler na zijn transfer naar AZ, zo goed dat een paar wedstrijden in het eerste van FC Lisse hem hadden gelanceerd. Een speler als Lars Rauws, als C-junior één jaar actief bij Sparta, wel.

Profvoetballer
‘Ik denk dat negen van de tien kinderen die op voetbal zitten profvoetballer willen worden. Het is maar voor een enkeling weggelegd’, toont de 25-jarige Rauws zich in gesprek met ELF Voetbal realistisch. ‘Ik heb eraan mogen ruiken en mooie dingen meegemaakt. Maar ik zeg altijd: ik ben uiteindelijk niet goed genoeg geweest. Anders was ik op latere leeftijd nog in het vizier van een BVO gekomen.’

In de metafoor van de driving range is Rauws een golfbal die uiteindelijk terugkomt op de plek van afslag. Hij is niet de enige bij FC Lisse. ‘De kracht van deze club is dat de spelers het hier echt naar hun zin hebben. Veel spelers die een overstap naar een ander team maken, komen na een tijdje terug. Ik denk dat zoiets veel zegt over FC Lisse. Dat doe je alleen als je een goed gevoel hebt bij de club.’

Clubman
Zijn uitstapje naar Sparta ten spijt, is Rauws een clubman pur sang. Met meer dan honderd wedstrijden voor FC Lisse zit de middenvelder al lang in de selectie. Hij groeide mee met het niveau van de club, tot de Tweede Divisie aan toe.

‘Als je erbij kunt blijven, is het goed. Er zijn genoeg spelers die het niveau niet aankonden en iets anders zijn gaan doen. Natuurlijk ben je er trots op dat je zo hoog speelt, maar het is tegelijkertijd een soort van normaal geworden’, aldus Rauws.

Instelling
Toch was het niet allemaal koek en ei in de carrière van de verdedigende middenvelder. Zijn instelling heeft Rauws erdoorheen gesleept. ‘Dit is mijn achtste seizoen bij het eerste elftal, maar het derde of vierde waarin ik alles speel. Ik heb helaas best wat tegenslagen, zoals een vormdip of blessure, gehad.’

‘Het is niet allemaal hosanna geweest. Maar ik ben iemand die op zulke momenten probeert positief te blijven. Opgeven is dan geen optie. Dat is gewoon mentaliteit, denk ik. Uiteindelijk heeft dat mij als voetballer zo ver gebracht’, besluit hij.