Nieuws

Bryan Sirvania voelt zich fijner in het centrum van de verdediging

Bryan Sirvania is bijna twintig jaar, maar heeft al meer dan zestig wedstrijden achter zijn naam in de Tweede Divisie. We spraken met de verdediger van De Treffers over onder meer zijn jeugd, Curaçao en de positie waar hij het best tot zijn recht komt.

Reflecterend op zijn seizoen komt Sirvania tot de conclusie dat het een jaargang was van uitersten. Het begon allemaal mooi met een basisplek, maar na een aantal mindere weken kwam hij op de bank terecht. Sirvania herstelde zich echter sterk na de winterstop, waardoor hij het seizoen met een positief gevoel afsluit. ,,Ik heb een wisselvallig seizoen gehad. Ik begon goed, maar toen ging het een periode minder. Ik was het eens met de beslissing dat ik wissel werd gezet, want mijn concurrent deed het simpelweg beter. In de tweede seizoenshelft heb ik echter de stijgende lijn te pakken en daar ben ik zeer tevreden mee.”

Centrumverdediger

Sirvania blijft nuchter genoeg om te beseffen dat hij nog de leeftijd heeft om wisselvallig te kunnen presteren. Er is wel een oorzaak waarom hij na de winterstop beter ging voetballen. ,,Ik heb in die moeilijke periode gesproken met de trainers, maar we konden niet tot de conclusie komen waarom het minder ging. Na de winterstop speel ik in het centrum van de verdediging en niet meer als linksachter. Daar heb ik meer rust gevonden en ik voel me over het algemeen fijner in het centrum. Er blijven echter punten voor verbetering vatbaar, zoals het lef tonen in de opbouw en mijn duelkracht.”

Met zijn bijna twintig jaar heeft Sirvania een hele voetbaltoekomst voor zich. Profclubs kijken meer en meer naar de talentenvijver van de Tweede Divisie en die profwereld heeft Sirvania ook in zijn achterhoofd. ,,Ik ben nog jong, dus ik heb best veel nagedacht over de vraag wat ik wil. Ga ik het profvoetbal nastreven of blijf ik in de Tweede Divisie? Voor nu heb ik sowieso nog een contract voor een jaar bij De Treffers en hoop ik me te ontwikkelen. Maar als ik die stap zou kunnen maken, wil ik het avontuur wel aangaan. In het verleden waren er verschillende clubs die interesse toonden, maar de voorbije periode heb ik niets meer gehoord.”

Stap vooruit

Sirvania begon op zijn vijfde met voetbal bij de amateurclub uit zijn nabije omgeving: SV Hatert uit Nijmegen. Opa en vader Sirvania hebben ook gevoetbald, maar weten het nooit tot een hoog niveau te schoppen. ,,Ik kom dus wel uit een echte voetbalfamilie. Na drie jaar Hatert ben ik naar de amateurs van NEC gegaan. Na één seizoen werd ik al doorgeschoven naar de voetbalschool, waar ik in zeven jaar heb gezeten. Tot ik weg moest als eerstejaars B-junior. Ik was een klassiek twijfelgeval. Voor mij was het gelukkig niet moeilijk om de draad weer op te pakken, want het was niet zo dat mijn droom instortte. Ik was eigenlijk wel toe aan nieuwe gezichten om me heen.”

Die vond Sirvania bij De Treffers, waar hij na een half jaar in de jeugd al werd doorgeschoven naar de selectie. ,,Aan het begin voelde het misschien als een stap terug voor me, maar achteraf is het een hele goede keuze gebleken. Zelfs een stap vooruit. Anders had ik nu met het tweede van NEC waarschijnlijk in een beloftencompetitie op maandagavond gespeeld. Dan kun je beter ruim zestig wedstrijden in de Tweede Divisie achter je naam hebben staan.”

Een extra bijkomstigheid van spele op dit niveau is het feit dat de bondscoach van Curaçao, Remko Bicentini, de verrichtingen van de Curaçaose spelers nauwlettend in de gaten houdt. Sirvania heeft desondanks nog nooit iets gehoord van hem of een andere vertegenwoordiger van de bond. ,,Het speelt natuurlijk in mijn hoofd, want andere jongens uit de Tweede Divisie hebben voor Curaçao gespeeld. Ik zou er onwijs trots op zijn, maar het is nu niet aan de orde. Mijn vader komt van Curaçao en er woont nog steeds familie van me. Voetbal leeft bij mijn familie misschien iets minder, maar over het algemeen is de nationale ploeg erg populair op het eiland.”

Tekst: Tim Beck

Op de foto staat Bryan Sirvania centraal met achter hem ploeggenoot Joris Jansen.