Nieuws

‘Voetballend niet bereikt wat wilde, maar Harvard is unieke kans’

Sommige kinderen dromen ervan om voetballer te worden. Andere zien zichzelf later het liefst als chirurg. Zelden komt het voor dat iemand moet kiezen tussen de twee. Vitesse-keeper Wouter Dronkers verruilt deze zomer Arnhem voor Boston, waar hij zijn geneeskundestudie voort zal zetten aan de Harvard-universiteit. Onderweg naar huis na een tentamen stond hij ELF Voetbal te woord.

 Heb je lang getwijfeld toen je hoorde dat je naar Harvard kon?
‘Absoluut niet. Het is van jongs af aan een droom van me geweest om aan een grote universiteit in Amerika te studeren. Een concreet plan was er niet, maar ik had al besloten dat als de kans voorbij kwam ik hem zou pakken. Toen ik het hoorde heb ik huilend aan tafel gezeten. Ik was als een kind zo blij.’

Betekent dit dat je voetbal helemaal links laat liggen?
‘Dat is niet de bedoeling. Mijn zaakwaarnemer is druk in onderhandeling met twee clubs in de Major League Soccer. Welke clubs kan ik nog niet zeggen. Er zijn wat problemen met de regelgeving: als student mag je niet op topniveau uitkomen. Zo proberen ze het talent in de universiteitsteams te beschermen. We zijn momenteel op zoek naar een oplossing.’

Er bestaat dus een kans dat dat niet gaat lukken?
‘Dan zou ik op amateurbasis moeten gaan spelen en mijn studie verder zelf moeten financieren. Dat zou zuur zijn, maar het is dan niet anders.’

Valt voetbal wel te combineren met een fulltime studie?
‘Ik heb het eerder gedaan. Toen ik nog bij FC Twente speelde, volgde ik tegelijkertijd een opleiding psychologie. En momenteel studeer ik geneeskunde in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Ik krijg alle steun vanuit de Erasmus Universiteit, daar ben ik blij om. Het gaat goed, maar het is wel keihard werken. Ik sta elke dag voor zessen op en maak lange dagen. Soms haal ik een tentamen niet, of kan ik hem zelfs niet maken omdat ik een wedstrijd moet spelen. Voetbal is m’n baan, ik sta onder contract bij Vitesse. De club helpt me waar dat kan, dus als het nodig is kan ik een training laten schieten. Maar soms moet ik dingen in m’n studie opzijzetten. Ik wil zelf ook het maximale uit m’n voetbalcarrière halen.’

Toch zet je nu je voetbalcarrière op de tweede plaats.
‘Ik vind vooral mijn persoonlijke ontwikkeling heel belangrijk. Op fysiek vlak, maar ook op academisch vlak. Als ik dan de kans krijg om aan Harvard te studeren, pak ik die.’

Je bent dus bereid je droom om profvoetballer te worden daarvoor op te geven?
‘Die droom heb ik eerlijk gezegd nooit gehad. Het klinkt misschien oneerbiedig, maar ik ben er per ongeluk ingerold. Op mijn tiende ben ik gaan voetballen en na een halfjaar ben ik toen gescout door FC Twente. Maar ik had geen posters van keepers boven mijn bed hangen.’

Zag je nadat je gescout werd een carrière als voetballer wel voor je?
‘Niet helemaal. Natuurlijk vond ik het spannend wanneer we te horen kregen welke jongens wel en niet mochten blijven. Maar het doel om prof te worden had ik nog steeds niet. Ik tekende mijn eerste contract op mijn zestiende. Pas vanaf toen was ik er heel bewust mee bezig.’

Denk je dat je als keeper verder was geweest als je alles op je voetbalcarrière had gezet en niet was gaan studeren?
‘Ik krijg die vraag vaak. Misschien wel, maar ik ben bang dat ik er nooit achter ga komen. Als ze dat al denken zullen trainers dat niet snel toegeven. Daarnaast denken veel mensen dat ik op twee paarden wed, dat ik studeer omdat ik niet genoeg vertrouwen heb in mijn sportieve carrière. Daarom zou het kunnen dat ze me minder snel de kans geven. Misschien heb ik gewoon pech dat ik nog niet in de Eredivisie sta, misschien heeft het met een stukje kwaliteit te maken.’

Zou een basisplek in het eerste van Vitesse je keuze om naar Harvard te gaan, hebben beïnvloed? ‘Achteraf is het natuurlijk makkelijk om te zeggen, maar ik denk van niet. Voetbal staat niet voorop voor mij. In deze fase van m’n leven neig ik meer naar de studie. Maar ik wil wel graag weten waarom ik het niet gehaald heb. Als iemand zegt dat iemand anders beter is, dan ik kan ik daarmee leven. Dat is topsport. Maar voor m’n eigen geruststelling zou ik toch willen weten of ik het zonder m’n studie verder geschopt zou hebben. Mijn keuze zou niet anders zijn, maar ik zou er meer vrede mee kunnen hebben.’

Heb je veel moeten opofferen om je dromen na te jagen?
‘Onlangs heb ik een heel eerlijk interview gegeven aan Erasmus Magazine. Daarin vertelde ik dat ik best wel eens eenzaam ben door de keuzes die ik maak in mijn leven. Mensen schrokken daarvan, maar ik schaam me er niet voor. Het is mijn keuze. Ik ben hard voor mezelf. Soms zit ik in m’n vrije tijd tot twaalf uur ’s nachts in de bibliotheek. Dan lever je op sociaal gebied veel in. Ik kan niet gaan stappen of afspreken met teamgenoten. Soms is het lastig, helemaal als het qua voetbal tegenzit. Op zulke momenten vraag je je af of dit het allemaal waard is geweest. Maar spijt heb ik niet.’

Zijn er dingen waar je wel spijt van hebt?
‘In het leven moet je keuzes maken. Sommige dingen kies je zelf en sommige dingen overkomen je. Ik geloof dat daar een balans in ontstaat. Op het ene vlak krijg je soms niet wat je verdient, maar dat kan weer deuren openen op een ander vlak. Zo voelt deze kans ook voor mij: voetballend heb ik niet bereikt wat ik had willen bereiken, maar aan de andere kant krijg ik een unieke kans om aan Harvard te studeren. Soms zit het tegen, maar ik geloof dat mensen die blijven werken aan wat ze willen bereiken daar ook terecht komen. Dat motiveert mij, daardoor blijf ik geloven in de dingen die ik nastreef.’

Waar zie je jezelf over tien jaar?
‘Over tien jaar heb ik een diploma aan de Harvard-universiteit en ben ik bezig aan mijn specialisatie als medisch specialist. Daarnaast heb ik een paar jaar in Amerika gevoetbald. En misschien ook wel in Australië.’

Australië?
‘Verre landen, avontuur… Dat trekt mij. Ook voor mijn ontwikkeling is het belangrijk om een tijd in het buitenland te wonen, ver van huis. Je leert jezelf beter kennen en ontmoet andere mensen. Dat ik goed kan voetballen biedt mij zulke mogelijkheden.’

Is dat avontuur belangrijker voor je dan voetbal zelf?
‘Misschien wel. Voetbal is zeker niet alles. Veel dingen zijn even belangrijk of misschien zelfs belangrijker. Als ik een slechte wedstrijd speel, kan ik daarover inzitten. Maar als ik dan vervolgens door het ziekenhuis loop, waar je al die zieke mensen ziet vechten voor hun leven, dan wordt je eigen probleem heel relatief. Ik ben blij dat ik dat meemaak. Het helpt me dingen op waarde te schatten. Dat kunnen sommige van mijn teamgenoten minder, dat vind ik soms lastig.’ 

Probeer je ze dat mee te geven?
‘Ja. Het klinkt arrogant, maar ik hou mensen vaak een spiegel voor. Ik stel kritische vragen aan trainers en mijn medespelers. Ook op sportief vlak. Als iemand mij vertelt dat ik een bepaalde situatie voor de lange bal moet kiezen, wil ik weten waarom. Veel mensen voelen zich dan aangevallen, maar ik wil het gewoon weten om daar beter van te worden. Ik eis het maximale van mezelf, maar ook van mijn medespelers en trainers.’

Hoe kijk je terug op je periode bij Vitesse?
‘Ik denk dat we beide trots mogen zijn op de samenwerking van de afgelopen drie jaar. Het is bijzonder om nu afscheid te nemen. Ik heb heel lang bij FC Twente gespeeld, maar hier heb ik me uiteindelijk veel meer thuis gevoeld.’

Hoe komt dat?
‘Vitesse is een heel erg open organisatie zonder veel managementlagen. Rond lunchtijd zit al het personeel gezamenlijk te eten, van de schoonmakers tot de technisch directeur. Iedereen is heel benaderbaar. Ik zie er eerlijk gezegd ook wel een beetje tegenop om weg te gaan. Ondanks dat ik hier geen eerste keeper ben geworden heb ik wel een ontzettend fijne tijd gehad in Arnhem.’