Nieuws

‘Als trainer heb ik een drive, dromen is iets voor kinderen’

Danny Buijs heeft een periode van onzekerheid achter de rug. Hij slaagde voor het toelatingsexamen van de KNVB, werd even later geweigerd voor de cursus Coach Betaald Voetbal, maar kreeg uiteindelijk te horen dat hij toch is toegelaten tot de cursus. ‘Ik wil gewoon mijn diploma’s halen en mezelf ontwikkelen als trainer.’ 

Op internet verscheen er een bericht dat de trainer van Kozakken Boys juridische stappen zou ondernemen als hij niet mocht deelnemen aan de cursus in Zeist. Dat was voorbarig, laat Buijs ELF Voetbal weten. ‘Ik heb me aangemeld voor het voortraject en toen ben ik geselecteerd voor een toelatingsexamen. Daar moet je een bepaald aantal punten halen en dat opgeteld met je ervaring als trainer en verleden als voetballer bepaalt of je wordt toegelaten. Als je die tachtig punten haalt, ben je in principe geplaatst. En dat had ik. Er zijn maximaal zestien plekken, dus was het nog even afwachten. Maar dit keer waren er maar dertien deelnemers.’

De brief die Buijs kreeg van de KNVB waarin stond dat de oud-middenvelder afgewezen zou worden, was dan ook een onaangename verrassing. De lezing luidde dat Buijs in het verleden zonder officiële trainerspapieren bij Kozakken Boys heeft gewerkt, daar heeft hij echter zijn straf al voor uitgezeten. ‘Ik heb contact gezocht met de KNVB en beroep aangetekend. Er verschenen berichten dat ik het tot een rechtszaak wilde laten komen, maar dat is het probleem van tegenwoordig. Je zegt iets tegen een journalist en als dat niet live is, bepaalt hij in welke bewoordingen het wordt opgeschreven. Het enige wat ik heb gezegd is dat ik het bij een negatief antwoord zou terugkoppelen naar een jurist om te kijken wat hij ervan vindt, gewoon om te checken of de argumentatie wel of niet terecht was. Juist omdat ik op het toelatingsexamen de goede scores had gehaald.’

Van Gastel
Het is niet relevant meer voor Buijs, want in mei mag hij starten met de opleiding. Hij kijkt ernaar uit om volgende stappen te zetten in zijn ontwikkeling als trainer. ‘We zullen vooral te maken krijgen met hoe het is om een proforganisatie te leiden. Ik heb natuurlijk wel al een idee, omdat ik zelf in die wereld heb gelopen en trainers ken die daar actief zijn. Door de jaren heen heb ik natuurlijk wel geleerd hoe ik een training moet geven of een wedstrijdbespreking moet voorbereiden, maar de amateurwereld is niet te vergelijken met de profwereld.’ 

Om alles uit zichzelf te halen, heeft Buijs al een enkele keer meegelopen met trainers uit de profwereld. Niet intensief, maar kortstondig. ‘Ik heb twee dagen meegekeken bij Henk de Jong, die toen nog aan het roer stond van Cambuur Leeuwarden. En ik heb ook weleens zo’n anderhalf uur met Jean-Paul van Gastel gepraat over zaken als periodiseren. Als trainer heb ik een drive, geen droom, dat is meer iets voor kinderen. Ik wil kijken waar mijn plafond ligt als coach en proberen zo succesvol mogelijk te worden. Op wat voor niveau dat is, maakt me niet eens zoveel uit.’

Kladblok
De oud-speler van onder meer FC Groningen, Feyenoord en Excelsior dacht altijd al als een trainer, ook toen hij nog als voetballer langs de rechterflank raasde. ‘Vanaf mijn achttiende was ik al bezig met het begeleiden van voetbalteams, van de F’jes tot de A’tjes. Aan het einde van mijn carrière ging ik steeds meer dingen bijhouden, zo heb ik boven nog wat kladblokken liggen met oefeningen die ik als speler leuk vond. Dat zijn trainingen van Bert van Marwijk bij Feyenoord, maar ook trainingsvormen van Kilmarnock. Daarnaast verplaatste ik mezelf in de trainer en stelde ik me voor hoe ik dingen zou aanpakken. Hoe en met wie ik een bepaalde wedstrijd in zou gaan.’

Praktijkervaring is het allerbelangrijkste, maar Buijs probeert zich ook via andere wegen te verbeteren. ‘Vroeger vond ik het interessanter om films te kijken, terwijl andere jongens aan het gamen waren. Maar tegenwoordig vind ik het ook leuk om een boek te lezen. Dat verschilt van biografieën van Ronald Koeman en René van der Gijp tot coachingsboeken over motivatie. Twaalf topcoaches over succesvol management zie ik bijvoorbeeld in de kast staan. Ik doe er niet altijd iets mee in mijn werkwijze, want sommige dingen kun je niet uit een boek leren. Kijk naar Feyenoord dit jaar, waar de moeder van Tonny Vilhena kwam te overlijden. Je kunt niet uit een boek leren hoe je daarmee omgaat.’

Winnen
Wie Buijs hoort praten over zijn visie op het trainerschap, luistert naar een pragmatisch gedachtegoed. Winnen staat op één en daarna komt pas het vermaak. ‘Ik wil winnen, liefst met mooi voetbal en veel doelpunten. Het ligt er wel een beetje aan op welk niveau je actief bent. Bij de profs scheelt het gewoon heel veel geld of je wel of geen Europa League haalt, maar in de Tweede Divisie maakt het niet uit of je tweede of zevende wordt. Bij de amateurs moet je nog een beetje extra proberen de mensen te vermaken. Ik word in de Tweede Divisie liever zevende met attractief voetbal, dan tweede of derde met afbraakvoetbal.’

De profwereld is dus volledig anders. Een miljoenen-, of zelfs miljardenbusiness waar gewoon gepresteerd moet worden. Dat schort er in het huidige Nederlandse voetbal nog weleens aan. Buijs haalt een anekdote aan van een Italiaanse teamgenoot bij het Schotse Kilmarnock. ‘Die jongen, Manuel Pascali, heeft een heel andere mentaliteit. Hier zeggen we in de jeugd na een verloren wedstrijd: Goed gedaan, het is maar een spelletje. Hij is opgevoed met winnen, dat zit in de cultuur. Als we op de training 5-0 voorstonden, maakte die jongen nog tachtig slidings of gooide zijn kop tegen de doelpaal om maar geen tegendoelpunt te krijgen. Hij vertelde dat hij in Italië soms een tactische training van drie uur had. Het gaat daar alleen om winnen. Hoe? Dat boeit ze helemaal niets.’

Schorsingen
Met onder meer de goede Europese prestaties van Ajax en vorig jaar die van PSV ziet Buijs wel dat er een omslag in denken is gemaakt. Zo is het vele balbezit niet langer heilig voor Nederlandse ploegen. Buijs presteert met zijn team, in de Tweede Divisie, ook naar behoren. Met een tweede plaats geldt Kozakken Boys als de beste amateurclub van Nederland. Een ‘titel’ waar Buijs niet direct warm of koud van wordt.

‘Het gaat me erom dat de nadruk in de Tweede Divisie te veel ligt op negatieve spanning. Tot vorige week konden er nog acht of negen teams degraderen. Uit de Jupiler League valt er maar één weg, terwijl in onze competitie vier ploegen kunnen degraderen. Met de periodes in de Jupiler League kunnen er acht ploegen promoveren, terwijl dat er bij ons maar één is. Het is de omgekeerde wereld. Het was toch prachtig geweest als de nummer negentien van de Jupiler League na de competitie met de drie beste amateurteams promotie-degradatieduels hadden gespeeld? Daar komen de mensen op af.’

Het is iets waar de KNVB volgens Buijs vooraf rekening mee had mogen houden. Hij hoopt dat de bond zich de ontevredenheid aantrekt, en de problemen gaat aanpakken. ‘Het is te hopen dat ze er de komende jaren in slagen de voetbalpiramide te perfectioneren, want dat is nu nog niet het geval.’

Wat Buijs ook niet zint, zijn de hoge schorsingen die er in het amateurvoetbal worden uitgedeeld. Zo was hij met Kozakken Boys Quentin Jakoba lange tijd kwijt en dreigt hij nu ook topscorer Raily Ignacio voor langere tijd te moeten missen. ‘Als je in de Eredivisie een tackle maakt waarbij een speler zijn been op vier plaatsen breekt, krijg je twee wedstrijden schorsing. Maar als een amateurspeler, ook in pakweg de Derde Klasse, een scheet laat staat hij twintig wedstrijden aan de kant. Ik heb bij de amateurs schorsingen voorbij zien komen van zes of negen maanden…’